Leerlingen met ADHD vertonen een gebrek aan
concentratie, zijn impulsief en overbeweeglijk.
Soms kunnen ze echter wel rustig met iets bezig zijn dat hen echt
interesseert. |
mogelijk zwakke kanten
|
mogelijk sterke kanten
|
geheugen en automatismen● splitsingen en tafels niet onder de
knie krijgen, cijfers niet correct lezen en
schrijven
● steeds weer twijfelen bij eenvoudige
bewerkingen
● traag rekenen bij eenvoudige bewerkingen,
er zijn talrijke rekenfouten
● de klok niet vlot leren lezen |
compenserende vaardigheden
(heel verschillend bij de verschillende
vormen van dyscalculie)
● opvallend sterk logisch inzicht en sterk
redeneervermogen
● opvallend sterk ruimtelijk en driedimensionaal
inzicht
● goed qua onthouden van splitsingen en
tafels
● opvallend sterk auditief en verbaal
geheugen voor cijfers en rijtjes en dus
goed in hoofdrekenen en tafels
● uitgesproken interesse voor cijfermateriaal
als data en technische gegevens
● uitgesproken kunstzinnig en/of creatief
● muzikale aanleg (absoluut gehoor) |
vaardigheden en technieken ● moeite met de volgorde van de
stappen die bij complexe berekeningen moeten worden uitgevoerd,
bijvoorbeeld: een staartdeling uitvoeren of een vergelijking uitwerken
● veel fouten in het uitvoeren van rekenprocedures,
bijvoorbeeld: de volgorde van de bewerkingen altijd verwarren
● het vaak gebruiken van een rekenaanpak die normaal voor jongere
kinderen is |
de visueel-ruimtelijke vaardigheden ● motorische onhandigheid,
bijvoorbeeld: lat, passer en geodriehoek onvoldoende kunnen hanteren en
onnauwkeurigheid bij technische tekeningen
● geen verbanden zien tussen woord en beeld (grafieken niet kunnen
lezen)
● onnauwkeurig noteren bijvoorbeeld 23 wordt 32, 25 wordt 52
● moeite met kolommen en millimeterpapier |
inzicht
● problemen met onderdelen waarbij ruimtelijk inzicht en kennis van
ruimtelijke begrippen van belang zijn (meetkunde)
● vooral steunen op geheugen, nieuwe inzichten enkel door veel oefening
verwerven |
|
De term ‘dyscalculie’ is wetenschappelijk nog niet eenduidig
gedefinieerd. Sommige wetenschappers zien dyscalculie als een
automatiseringsstoornis (zoals dyslexie), anderen beschouwen dyscalculie
als een verzamelnaam voor alle rekenstoornissen. |
vakken die problemen kunnen geven:
- wiskunde
- economie en boekhouden: berekeningen, cijfers juist onder elkaar
plaatsen, cijfers
overschrijven
- aardrijkskunde: schaalberekening
- geschiedenis: jaartallen situeren op een getallenas, jaartallen
onthouden
- wetenschappen (fysica, chemie, WW, elektriciteit, mechanica); formules
en berekeningen,
millimeterpapier
- Technologische Opvoeding: informatietechnologie, beslissingsschema’ s
- muziek: noten lezen, maat houden, toon houden, blokfluit spelen
|
do’s
|
don’ts
|
accepteren
- Moedig de leerling aan als hij/zij het
goed doet.
- Aanvaard dat de leerling een probleem
heeft en breng hiervoor begrip
op.
|
begeleiding en aanpak
- Eisen dat de leerling alle berekeningen uit het hoofd maakt en
fouten daarbij zwaar doorrekenen.
- De oefeningen die in de klas niet gemaakt werden, als extra
huiswerk meegeven naar huis.
- Onverwacht aan het bord oefeningen laten maken.
- Toetsen laten leren uit schriften of notities die niet
gecorrigeerd zijn.
- Opgaven voor toetsen en examens enkel dicteren.
- Opgaven zo dicht bij elkaar zetten er enkel plaats is voor de
einduitkomst.
|
stimuleren en begeleiden
- Geef de leerlingen opgaven op papier (dus niet enkel dicteren of
op het bord
schrijven).
- Laat de leerling tussenuitkomsten
noteren, eventueel op een kladblad.
- Stuur de aandacht van de leerling in de goede richting.
(Bijvoorbeeld: Moet je de omtrek of de oppervlakte berekenen? Ken je
de juiste formule?)
- Geef beduidend meer tijd om toetsen
op te lossen en laat ze vooral vroeger
beginnen.
|
taalgebruik
- Bij rekenfouten opmerkingen maken in de aard van: ‘Tafels, dat
is leerstof tweede leerjaar! Wat zit jij hier te doen?
- Veel wetenschappelijke termen gebruiken
die nog niet veel aan bod gekomen zijn, zonder ze te verklaren.
|
gedrag
- De leerling vergelijken met klasgenoten.
- Zware sancties stellen bij rekenfouten
|
compenseren
- Kijk wat goed gaat en wat minder goed gaat en leer de leerling
gebruik te maken van zijn/haar sterke kanten.
- Ondervraag mondeling bij uitval. Laat steeds een
rekenmachine gebruiken als hij/zij berekeningen moet maken.
- Geef fiches met formules en tafels. Leer oplossingsschema’s
gebruiken. Laat een meetkundige constructie mondeling toelichten.
|
materiaal
- Teksten met onoverzichtelijke lay-out.
- Losbladig systeem.
|
dispenseren
- Stel de leerling vrij van hoofdrekenen.
|