Dyslexie


Leerlingen met dyslexie vertonen opvallende en blijvende moeilijkheden met lezen en /of spelling . De fouten die zij maken lijken op verstrooidheidsfouten. Bijvoorbeeld: ‘kineren’ in plaats van ‘kinderen’ schrijven. Zij lezen hun vragen dikwijls verkeerd en antwoorden dan ook fout of onvolledig. Bij vreemde talen geeft dit heel wat problemen.

mogelijk zwakke kanten

mogelijk sterke kanten

aandacht en concentratie

  • concentratieproblemen
  • verhoogde afleidbaarheid
  • vergeetachtigheid en verstrooidheid

geheugen

  • uitstekend lange termijngeheugen als het gaat om ervaringen, locaties en gezichten

oriëntatie in tijd en ruimte

  • moeilijk klok lezen
  • zwak gevoel voor tijd en ordening in tijd
  • weg vinden, begrippen links, rechts,
    voor, na, boven, onder zijn moeilijk
  • motorische vaardigheden
  • moeizaam en moeilijk leesbaar geschrift
  • onhandigheid

 

creatief problemen oplossen

  • meerdere aspecten van een probleem tegelijk zien
  • levendige verbeelding
  • creatief in het bedenken van oplossingen
  • aanleg voor kunst, drama, muziek, sport, verhalen vertellen, verkopen, zaken doen, ontwerpen, bouw of techniek

 

orde en structuur

  • taken vergeten
  • agenda onvolledig ingevuld
  • moeilijk orde houden, allerlei dingen verliezen

 

visueel-analytische vaardigheden

  • snel zien hoe iets (bijvoorbeeld: een gebouw of een wiskundig probleem) is opgebouwd, hoe het in elkaar zit
  • een groot geheel makkelijk opsplitsen in de delen waaruit het is opgebouwd

geheugen

  • problemen met onthouden van losse, op zichzelf staande gegevens
  • problemen met complexe opdrachten
  • afspraken en spullen vergeten

ruimtelijke vaardigheden

  • sterk in driedimensionaal denken (een voorwerp dat ze maar van één kant zien, als het ware in hun hoofd van alle kanten bekijken)

sociale vaardigheden

  • weinig zelfvertrouwen, emotionele of sociale problemen, gedragsproblemen

sociale vaardigheden

  • begrip voor problemen van anderen
  • groot doorzettingsvermogen

vakken die problemen kunnen geven:

  • Nederlands: lezen en spelling, traag overschrijven, overschrijffouten
  • wiskunde: tafels en eenvoudige bewerkingen, onthouden van wiskundige termen, verwarren van tekens, omkeringen bij overschrijven en lezen getallen
  • vreemde talen: leren lezen en schrijven van vreemde talen, spraakkunst
  • aardrijkskunde: kaart lezen, topografie, onthouden van aardrijkskundige namen
  • geschiedenis: onthouden van data, historische gebeurtenissen, geschiedkundige namen
  • andere vakken: onthouden van contextloze feiten, onthouden van formules

do’s

don’ts

accepteren

● Aanvaard dat de leerling een probleem
heeft en toon je begrip. Laat voelen dat je gelooft in de leerling.

begeleiding en aanpak

● Spellingfouten aanrekenen.
● Veel tekst laten overschrijven van het bord.
● Onvoorbereid hardop laten lezen.
● Meerdere opdrachten tegelijk geven.
● Lange schrijfopdrachten geven.
● Grote toetsen kort van tevoren aankondigen.
● Alleen schriftelijk overhoren.
● Dictee’s laten meedoen ver boven het niveau.
● Toetsen laten leren uit schriften of nota’s die niet gecorrigeerd zijn.

stimuleren en begeleiden

● Motiveer en leg nadruk op talenten!
● Structureer de leerstof en het leergedrag.
● Leer kernwoorden markeren. Vat de hoofdzaken samen.
● Gebruik heldere taal en geef duidelijke opdrachten!
● Varieer in visuele, motorische, auditieve aanbieding.
● Doe aan ‘preteaching’.
● Leer de leerling ‘hulp’ te vragen.
● Controleer regelmatig de agenda.
● Gebruik overzichtelijke teksten (let op contrast, lettertype en interlinie, duidelijke alinea’s, besluit bovenaan en op één pagina).
● Stimuleer ‘herhalen’. (Spreid bvb. woordenschat leren in agenda over verschillende dagen.)
● Gebruik bij woorden en teksten afbeeldingen of tekeningen.

taalgebruik

● Lange en complexe instructies geven.
● De leerstof alleen uitleggen in de vreemde taal. Zo weet de leerling gegarandeerd niet wat hij moet kennen.
● Zeggen of schrijven: ‘Je hebt niet geleerd’. Wel: ‘Vraag hoe hij of zij iets gedaan of geleerd heeft’.

gedrag

● Zware sancties stellen als de leerling te laat komt of iets vergeten is.
● Verwachten dat de leerling zelfstandig kan plannen.
● De leerling vergelijken met zijn klasgenoten.

compenseren

● Sta alle hulpmiddelen toe die de ‘zelfredzaamheid’ vergroten. Laptop,
rekenmachine, strategiekaarten.
● Stimuleer gebruik van software en overhoorprogramma’s.
● Woordenboeken op cd-rom gebruiken.
● Leer werken met tekstverwerking en spellingcontrole.
● Geef meer tijd (min. 30%) bij toetsen.
● Lees opdrachten voor, overhoor mondeling.
● Bied schema’s en geheugensteuntjes.
● Bied instructie stap voor stap aan.
● Vraag ingesproken boeken .

materiaal

● Teksten met onoverzichtelijke lay-out.
● Een onduidelijke kopie geven.
● Geschreven opgaven of toetsen. Wel:
‘getypt en overzichtelijk’.
● Cursus op veel losse bladen en in verschillende
mappen.

dispenseren (vrijstellen)

● Geef vrijstelling van bepaalde eisen, bijvoorbeeld: ‘geen spellingfouten tellen’.
● Laat minder oefeningen maken.

 
Opmerking: Alle info uit deze rubriek is afkomstig van de gespecialiseerde site www.letop.be .   Dit is de site van vzw Die-'s-lekti-kus.  Deze vzw stelt zich tot doel projecten i.v.m. leerstoornissen te organiseren en te ondersteunen.